POETRY

De aardappeleters

 

Ruige herdershond bij de boeren en de wevers:

 

kiest het hondenpad dat naar de donkere

sombere hutten voert

 

bijt zijn tanden niet stomp

op de oude vijl van de onverkoopbaarheid

 

zoekt iets wat groene zeep- en koperachtig is

 

ziet in de hutten niets dan wat hij ziet:

de knollen, gepoot, gerooid, gekookt en opgeprikt

 

verbeeldt zich niet, herinnert zich

 

de vorken in de handen van de handenarbeid

het spek, de rook, de aardappelwasem

 

‘s avonds, of misschien in het daglicht

of allebei, of geen van beiden

 

niet anders kunnende zijn dan hij is.