POETRY

Winters 2

De akkers goor van verregende
en weer opgevroren sneeuw.
Vrek, zeg ik tegen het daglicht.

Een man die ik eens kende,
een dichter van milde versen,
dacht het meest aan de dood in de zomer:

dat bolle groen, dat stervende gekwetter,
dat opgeklommen licht;
’t besef dat het niet lang kon duren.

Mij neemt het, als meer gebruikelijk,
nu waar: letter na letter
teken ik weigerachtige woorden,

en lees ik uit mijn liefste boeken
de oude bezweringen op,
is er niet één die werkt.

 

Winterish 2

The fields foul with washed out
and frozen back up sleet.
Get lost, I tell the light of day.

A man that I once knew
a poet of gentle verses
thought about death particularly in summer:

that bulbous green, that fading chatter
that ascending light;
the assertion that it couldn’t last very long

It is now, as more usual,
observing me: character after character
I draw unwilling words,

and read from my beloved books
the ancient incantations,
not a single one that works.

Translation: Arjan Hut