POETRY

Ode aan de aardappel

De aardappel heb ik lief daar hij,
Strevend naar volkomen rondheid,
Altijd ànders rond is,
En oogjes heeft
Als van een blindgeboren diertje.

Ik heb hem lief daar hij,
zo lekker,
Door de Groten wordt miskend;
Daar zijn kruid zo lelijk
En zijn bloem zo onaanzienlijk is,

En vooral daar hij
(Alsof hij wist dat hij in vrouwenhand Belandt)
Bescheiden en beschaamd
Zijn klootjes
Verborgen houdt onder het zand.

 

Ode to potatoes

I do admire the potato so, because,
As they strive to become utterly spherical,
They always end up in different circles,
And their tiny bud eyes make them look like
Tiny animals born blind.

I do admire the potato so, because,
They are delicious,
And yet completely unappreciated by the Elite;
Because their potato tops look uninviting
And their humble flowers lack appeal,

But mostly I love the potato because
(Do they expect to end up in a woman’s hand?)
Modest and bashful as they are
They keep their smalls
Hidden deep under the sand.

Translation: Arjan Hut