POETRY

Nije irpels

Fandaag is ’n son befroren.
Onder teerwolken smelte auto’s in de grize sneldyk.
’t Maanlicht is skerp an ’e ogen.

Laat ’t irpels regene, sait Falstaff, en skúl tun ’t bijgeloof fan ouwe wiven.
(Wij konnen de knol nag gyn hondert jaar.)
De kooktiid fan de irpel waar tiidseenhyd fan de Inca’s.

Bin ik ferhuusd deur ’n gebrek an beflieging, an gare irpels?
Patat en liefde, fooral liefde foor patat, bepale de ekonomy.
Hoe wort onkruud geld?

Ik bin stâd waar plattelând, klaaistof in de irpelskillersbak fan de tiid.
De wînst fan de dâg: ’n buurfrou in nachtjapon.
Stuufwolkys sând over polderlând, levensgeur fan regen.

Nieuwe Aardappels

Vandaag is een zon bevroren.
Onder teerwolken smelten auto’s weg in de snelweg.
Het maanlicht is fel aan de ogen.

Laat het aardappels regenen, zegt Falstaff, en schuil tegen het bijgeloof van oude vrouwtjes.
(Wij kenden de knol nog geen honderd jaar.)
De kooktijd van de aardappel was tijdseenheid van de Inca’s.

Ben ik verhuisd door een gebrek aan bevlieging, aan gare piepers?
Patat en liefde, vooral patat, bepalen de economie.
Hoe wordt onkruid geld?

Ik ben stad was platteland, kleistof in de aardappelschillersbak van de tijd.
De winst van de dag: een buurvrouw in nachtjapon.
Stuifwolkjes zand over polderland, levensgeur van regen.

Vertaling: Jabik Veenbaas

 

Fresh Potatoes

Today a sun is frozen.
Under tarry clouds cars melt away on the highway.
The moonlight on the IJssel lake is bright to the eyes.

Let it rain potatoes, Falstaff says, and shelter us from the superstition of old wives.
(We had known the tuber for less than a hunderd years.)
The boiling time of potatoes was a unit of time of the Incas.

Did I move by a lack of whim, of cooked spuds?
Chips and love, especially chips, determine the economy.
How are weeds worth money?

I’m city was country, clay dust in the potato peeler’s bin of time.
The day’s profit: a neighbour in night dress, sandy little dust clouds over polder land.
Smell of the rain of life.

Translated by NEEDSer